In detail

Waterplanten (Hydrofyten)


Wat zijn hydrofyten?


Naar de waterplanten of ook Hydrophyten (Griekse hydor = water, phytos = plant) omvatten die planten waarvan het leefgebied onder water, op het water, aan de kust of in moerassen is. Hydrofyten zijn speciaal aangepast aan hun leefomgeving:
wortel: worden in de meeste waterplanten alleen in een gereduceerde vorm gevonden, omdat een uitgesproken wortelsysteem om water in het water zelf te ontvangen uiteindelijk niet nodig is. Voedingsstoffen krijgen waterplanten, afhankelijk van de soort, niet op hun wortels, maar op de bladeren. In tegenstelling tot terrestrische planten kunnen met name onderwaterplanten via hun bladeren voedingsstoffen uit het omringende water opnemen. Daarom hebben wortels voor een waterplant in wezen alleen een fixatiefunctie.
Sprossachse: bestaat uit het zogenaamde aerenchymale weefsel, dat dient om gas binnen de plant uit te wisselen. Als gevolg hiervan kan de koolstofdioxide die de waterplant nodig heeft (voor fotosynthese) ook ondergedompelde plantendelen bereiken.
Blдtter: bestaan ​​ook uit het aerenchymale weefsel. In dit weefsel kan lucht worden opgeslagen, wat leidt tot een drijfvermogen van de bladeren. Vrij zwemmende waterplanten vormen meestal grote drijvende bladeren (bijv. Waterlelies). Hun spleetopeningen bevinden zich aan de bovenkant van het mes, wat gasuitwisseling vergemakkelijkt. Als de spleetopeningen zich aan de onderkant bevinden, kan de waterplant helemaal geen koolstofdioxide uit de lucht ontvangen. Onderwaterbladeren zijn daarentegen klein (zoals waterplaag) en bevatten geen nagelriem, die normaal planten beschermt tegen waterverlies (maar overbodig in onderwaterhabitat).