Informatie

Tonus


definitie:

tonus (van het Griekse tonos = voltage) beschrijft de osmotische druk tussen twee, gescheiden van een semipermeabel membraan, vloeistoffen. In deze context spreekt men ook van buiten en binnen medium. De laatste verwijst meestal naar de intracellulaire ruimte van een cel, vandaar het cytoplasma. Terwijl het externe medium synoniem is met de extracellulaire ruimte. Tussen het buiten- en binnenmedium bevindt zich een semi-permeabel membraan waardoor alleen bepaalde ionen kunnen diffunderen.
Water-losgemaakte stoffen, o.a. de elektrolyten calcium, magnesium, natrium, kalium en chloride streven er altijd naar om de concentraties in evenwicht te brengen (evenwicht tussen intern medium en extern medium). De osmotische druk is verantwoordelijk voor de diffusie van de losgemaakte deeltjes door het membraan. Hoe groter het verschil in het aantal deeltjes dat vrijkomt tussen de celvloeistof en het externe medium, hoe groter het effect van de osmotische druk. In een concentratiebalans van beide vloeistoffen is een isotone toestand. Afhankelijk van het feit of meer of minder losse deeltjes aanwezig zijn in het interne medium, zijn dienovereenkomstig hypertone of hypotone omstandigheden aanwezig. Hieruit kan worden geconcludeerd:
Een vloeistof is isotoneals het net zoveel opgeloste stoffen heeft als het vergelijkingsmedium.
Een vloeistof is hypertoneals ze meer losse stoffen heeft, zoals het vergelijkingsmedium.
Een vloeistof is hypotoneals het minder losse stoffen bevat, zoals het vergelijkingsmedium.